Bert Vermeersen

 

Naam?
Prof. dr. L.L.A. (BertVermeersen.

Functie?
Hoogleraar Planetaire Exploratie bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek (7/10e) en Civiele Techniek en Geowetenschappen (1/10e) bij de TU Delft en senior researcher bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel (2/10e), gericht op zeespiegelonderzoek.

Privé?
‘Ik heb een langdurige LAT-relatie met mijn vriendin Esther. We hebben geen kinderen en zien elkaar voornamelijk in de weekenden. Dat bevalt ons prima, omdat mijn vriendin ook twee zware banen heeft: op een ministerie in Den Haag en bij de rechterlijke macht. Erg veel privétijd heb ik niet, met drie interessante banen.’

Favoriete vrijetijdsbesteding?
‘Ik hou erg van wandelen en fietsen, zowel op vakantie als thuis. Ik probeer elke dag zeker een half uur te wandelen. Ik bof dat ik regelmatig op Texel ben, waar ik prachtige wandeltochten langs de zee kan maken. Verder lees ik voor werk en ontspanning veel science fiction boeken en kijk ik graag SF-films, specifiek uit de periode voor 1957, toen de eerste Spoetnik in de ruimte werd gebracht. Het spreekt me aan dat science fiction toen nog puur speculatief was, maar wel op wetenschappelijke gronden gebaseerd. Daarna verloor de ruimtevaart haar maagdelijkheid. Wat ook meespeelt, is dat de Gouden Eeuw van de science fiction in de VS plaatsvond van eind jaren ’30 tot eind jaren ’40. Alles wat je in SF-films ziet en in SF-boeken leest, is in die bloeitijd wel al bedacht. Na 1950 zijn er vrijwel geen nieuwe thema's meer ontdekt in de science fiction.’

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?
‘In maart 2010 ben ik meegevaren op de clipper Stad Amsterdam in het kader van de VPRO-serie Beagle II ‘in het kielzog van Darwin’. We voeren van Perth naar Mauritius, waar ik GPS- metingen heb gedaan om de absolute hoogte van de zeespiegel te bepalen - en de invloed van de zwaartekracht hierop. Een bijzonder interessante missie, waaraan ook collega's in Delft op afstand hebben meegeholpen. Eén van de conclusies is dat je op de Indische oceaan over heuvels en dalen tot wel 100 meter vaart! De opnames zijn uitgezonden in aflevering 30, Palmbomen op Antarctica.’

Leukste aan uw werk?
‘De breedte en diversiteit van het onderzoek. Ik doe zoveel leuke dingen! Ik kan van onderwerp switchen als iets tegenzit - een tegenvallende theorie bijvoorbeeld - wat verrassend genoeg dan weer positief kan uitwerken op het onderwerp waarin ik vastliep. Ik kan in Delft in een wetenschappelijke omgeving werken aan planetenonderzoek. Maar ik kan ook naar mijn werkplek op Texel, met uitzicht op de haven, waar ik onderzoek doe naar de zeespiegel, dat van groot economisch belang wordt geacht. Die afwisseling spreekt mij zeer aan. Als hoogleraar Planetaire Exploratie heb ik bovendien te maken met een gigantisch breed vakgebied. Bijna elke moderne natuurwetenschap speelt er een rol in, van aardwetenschappen, chemie en biologie tot astronomie en natuurlijk ruimtevaartuigen - waar het hier bij L&R allemaal om draait. Die verschillende natuurwetenschappen samen maken mijn leerstoel enorm boeiend. Ook het begeleiden van studenten vind ik prachtig. Mijn studenten zwerven overal uit in de wereld, zij zijn mijn ambassadeurs. Zij werken aan instrumenten voor allerlei planeetmissies en doen dat heel goed. Dit geeft mij persoonlijk veel voldoening én levert waardevolle contacten op met andere instituten.’

Grootste uitdaging op dit moment?
‘De leerstoel zelf. Er valt namelijk nog zoveel te ontdekken! Voor mij begon dit met één van de grootste successen van planetaire exploratie: de landing van de Huygens probe op een maan van Saturnus, in januari 2005, onderdeel van de Cassini-Huygens missie - die een studie maakt van Saturnus en zijn manen. De zachte landing van deze probe, bij 180 graden onder nul en sterke winden, was mede mogelijk dankzij Nederlandse ingenieurs. Toch kon je in die tijd nergens planetaire exploratie studeren. Samen met Imke de Pater heb ik daarom onderwijs en onderzoek op dit gebied opgezet. Sindsdien zit planetaire exploratie in een stroomversnelling. Het is een van de speerpunten van de faculteit voor 2012-2015 en we hadden in no time een expert team van vier mensen. Bovendien besloot de Europese ruimtevaartorganisatie in 2011 om in 2022 haar eerste L-class missie naar de ijsmanen van Jupiter te sturen - wat precies aansluit bij mijn eigen onderzoekslijn op het gebied van ijsmanen. Nog steeds is planetaire exploratie vrij nieuw voor Nederland. Maar de verwachtingen zijn hooggespannen. Nu zijn we nog vrijwel 100% wetenschapsgedreven, maar als we straks delfstoffen en energie uit de ruimte kunnen halen, wordt het ook economisch interessant. Ik voorspel een gouden toekomst voor planetaire exploratie.’

Waarom Delft?
‘Van origine ben ik natuur- en sterrenkundige en gepromoveerd in de geofysica. Ik ben dus geen ingenieur, en had ook nooit gedacht bij een technische universiteit terecht te komen. Na mijn promotie heb ik zes jaar in het buitenland gewerkt: in Stuttgart, Bologna en Milaan. Via via bereikte mij in 1998 het nieuws in Milaan dat de sectie Astrodynamica en Satellietsystemen in Delft een geofysicus zocht die iets met satellietdata kon doen. Dat sprak me aan, voor een jaar of twee dacht ik, en dan zou ik weer weggaan. Maar het beviel me hier in Delft zo goed, en dat was wederzijds, dat ik er nu al 15 jaar zit. Na een UD en UHD volgde nu een hoogleraarschap in het planetenonderzoek, met geweldig veel boeiende aspecten voor onderwijs en onderzoek.’ 

Beste eigenschap?
‘Als ik van mezelf iets moet noemen: breedheid van interesse. Ik sta open voor ontwikkelingen in andere vakgebieden en zie ze eerder als toegevoegde waarde dan als een bedreiging voor mijn leerstoel. Jonge mensen denken ook vaak zo, daarom kan ik het daar goed mee vinden. Verder ben ik een wereldwijd expert in een aantal gebieden, maar durf ik ook generalist te zijn. Dat is essentieel voor planeetonderzoek, dat immers zo breed is. Je moet niet alles zelf willen doen en je medewerkers vrijheid geven.’ 

Minst goede eigenschap?
‘Als je alles goed wilt doen, neem je ontzettend veel hooi op de vork. Bij dit antwoord ga ik altijd lachen, wat te maken heeft met een anekdote. Toen ik in 1999 in Delft werd aangesteld, moest ik een assessment ondergaan. Daarbij wordt onder meer deze zelfde vraag gesteld. Ik kreeg toen de tip van een collega om nooit een echt slechte eigenschap te noemen, maar een 'nadeel' dat meteen ook een voordeel voor de werkgever is, zoals: ik werk te hard. Toen ik dat antwoord gaf had de assessor mij natuurlijk meteen door! Toch is het mijn valkuil dat ik te generalistisch wil zijn, te veel wil doen en te veel ja zeg.’

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?
‘Ruimtevaart! De tijd dat minister Zalm ruimtevaart bestempelde als 'duur vuurwerk' is gelukkig al lang voorbij. Ik heb geen klagen over aandacht voor planetaire exploratie. Zodra er een landing in de ruimte is komt het op alle journaals, al staat de wereld in brand. Toch ontbreekt het nog steeds aan bewustzijn hoe belangrijk ruimtevaart is voor ons dagelijks leven. Ruimtevaarttechniek is ontstellend belangrijk voor bijvoorbeeld communicatie, het weer, vliegverkeer en veiligheid, maar ook voor de economie. Talloze bedrijven zijn actief in de ruimtevaartsector. Andere onderwerpen die meer politieke aandacht verdienen zijn onderzoek en onderwijs op alle niveaus. Een heleboel problemen in de wereld zouden minder zijn als er overal goed onderwijs zou zijn.’

Inspiratiebron?
‘De natuur, zowel in ruimte als in tijd. Ik heb een brede kijk op de natuur: er is nog zoveel interessants te ontdekken! Zelf ben ik bijvoorbeeld een fenomeen op een ijsmaantje aan het bestuderen waarbij je rond de zuidpool een aantal strepen ziet. Niemand weet wat dit is. Toevallig werken we bij NIOZ met schudbakken om patronen in water te onderscheiden. En wat blijkt? Die patronen komen exact overeen met wat je ziet op het ijsmaantje. Het belang hiervan is dat patronen in het water aantrekkers blijken te zijn van zwevende bestanddelen - iets wat in de natuur nog niet is waargenomen. Zo kan iets wat we op een ver maantje zien, van economisch belang zijn op aarde voor bijvoorbeeld de visserij en het winnen van delfstoffen. Dit sluit weer aan bij mijn enthousiasme voor breedheid en het laten samenwerken van verschillende wetenschapsgebieden.’

Levensfilosofie?
‘Probeer over muren heen te kijken. Daarmee bedoel ik niet 'out of the box' denken, want daarbij  gaan mensen vaak met modderschoenen in een naburig expertisegebied staan zonder het te begrijpen. Ik bedoel wèl: ga collega's opzoeken en samenwerken. Probeer synergie te creëren. En naar jonge mensen toe: leer een vak, probeer diep te gaan, maar blijf ook om je heen kijken, over muurtjes heen.’

© 2017 TU Delft

Metamenu